Vaak wordt aangenomen dat mensen de voorkeur geven aan personen met wie ze graag omgaan en die hen steunen, en dat ze mensen vermijden die als veeleisend of moeizaam worden ervaren. Sommige sociale relaties combineren echter positieve en negatieve aspecten, of hebben zelfs alleen maar negatieve aspecten. Dit noemen we ‘moeilijke’ relaties. Aan de hand van gegevens van bijna 900 deelnemers aan de Longitudinal Aging Study Amsterdam (LASA) is onderzocht hoeveel moeilijke relaties er zijn en waar deze vandaan komen.
Het bleek dat 15% van de ouderen moeilijke relaties heeft. De moeilijkheden deden zich het vaakst voor in relaties die niet altijd te vermijden zijn, zoals met broers en zussen, ouders en buren. Relaties waarin weinig emotionele steun werd ontvangen en veel werd gegeven, en relaties die nog maar kort bestonden, werden ook relatief vaak als ‘moeilijk’ ervaren. Als personen in het netwerk onderling een moeilijke relatie hadden, had de oudere ook vaker moeilijke relaties.
De conclusie was dat mensen te maken kunnen hebben met structurele beperkingen (zoals naast elkaar wonen, of een zorgrelatie) die hen onder druk zetten om sociaal contact met anderen te onderhouden, ook al vinden ze dat soms moeilijk. Een dergelijke situatie moet serieus worden genomen, aangezien negatieve banden ouderen meer kunnen belemmeren dan positieve banden hen ten goede komen.
De originele (Engelstalige) publicatie: Ellwardt, L., & van Tilburg, T. G. (2026). The ties that bother: Difficult relationships in the personal networks of older adults. Social Networks, 85, 47-56. https://doi.org/10.1016/j.socnet.2025.11.006
Bron afbeelding: Freepik