Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) ontving signalen van mogelijke vraaguitval: er lijkt zorgcapaciteit voor ouderen onbenut te blijven, ondanks de groei van de oudere bevolking.
In dit kader kreeg het RIVM de opdracht om onderzoek te doen naar veranderingen in de zorgvraag in de ouderenzorg. De algemene conclusie van het rapport (“Verandering in de vraag en het gebruik van ouderenzorg in Nederland”) is dat er op landelijk niveau, over de gehele ouderenzorg, geen aanwijzingen zijn voor vraaguitval. Wel is de aard van de zorg veranderd. Het rapport is gebaseerd op verschillende databronnen, waaronder registratiedata, interviews met zorgbestuurders en experts, maar ook data van de LASA-studie.
LASA-onderzoeker Bob van de Loo heeft aan dit rapport bijgedragen. Bob heeft allereerst onderzocht of er verschillen zijn tussen ‘babyboomers’ (geboren tussen 1946 en 1957) en ‘pre-babyboomers’ (geboren tussen 1934 en 1945) wat betreft de tijd tot het eerste gebruik van langdurige ouderenzorg. Uit de resultaten bleek dat babyboomers over het algemeen pas op latere leeftijd voor het eerst gebruik maakten van een van deze diensten. De bevindingen laten echter ook zien dat babyboomers rond de leeftijd van 75 jaar een inhaalslag maken, waarbij zij juist een intensiever gebruik van langdurige zorgdiensten laten zien. De resultaten suggereren dat de biologische gezondheid en de mate van zelfstandigheid niet de primaire drijvende krachten zijn achter dit uitstel. Wel zagen we dat het gestegen opleidingsniveau een belangrijk aandeel van het generatie-effect verklaarde. Dit hangt mogelijk samen met verbeterde gezondheidsvaardigheden en een groter vermogen om via sociale of financiële hulpbronnen de zorgvraag, althans op korte termijn, op te vangen. De details van deze analyse staan beschreven in bijlage 4 van het rapport.
De vraaguitval hangt mogelijk samen met veranderende opvattingen over verpleeghuiszorg. Om dit verder te onderzoeken, heeft Bob gekeken naar attitudes ten aanzien van verpleeghuiszorg onder LASA-deelnemers. De data van de LASA-studie tonen een licht positieve verandering in deze attitudes onder deelnemers in 2021/2022 ten opzichte van 2018/2019. Zo was in 2021/2022 bijvoorbeeld 55 procent van de deelnemers het (zeer) eens met de stelling “In Nederland is de kwaliteit van verpleeghuiszorg zonder meer goed te noemen”, tegenover 47 procent in 2018/2019. En het percentage deelnemers dat het (zeer) eens was met de stelling “In een verpleeghuis kun je zelf bepalen wanneer je naar het toilet gaat” steeg van 23 procent in 2018/2019 naar 27 procent in 2021/2022.
Bron afbeelding: Freepik