De mogelijke rol van omgevingsfactoren staat meer in de spotlight sinds het laatste ‘Healthy Ageing Framework’ van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Hierin wordt vooral de interactie benadrukt tussen de intrinsieke capaciteit (alle fysieke en mentale vermogens van ouderen) en de leefomgeving. Maar welke omgevingsfactoren zijn hierbij het belangrijkst?

In een nieuwe publicatie met LASA-data werd deze vraag onderzocht aan de hand van geavanceerde machine learning-analyses, waarbij in totaal 28 variabelen met betrekking tot de fysieke en sociale omgeving werden meegenomen. Hieruit bleek dat fysieke woningaanpassingen de sterkste interactie vertoonden met de intrinsieke capaciteit van ouderen, en zo hun functioneel vermogen om dagelijkse activiteiten uit te voeren kunnen beïnvloeden.

Daarnaast werd een patroon gevonden waarbij verschillende sociale omgevingsfactoren consistent interacties vertoonden met intrinsieke capaciteit. Het gaat hierbij om de aanwezigheid van huishoudelijke hulp, de emotionele steun die ouderen ontvangen, en de mate waarin ouderen hun zorg als voldoende of onvoldoende inschatten. Op basis hiervan werd geconcludeerd dat de sociale omgeving mogelijk een belangrijkere (interactieve) rol speelt dan fysieke omgevingsfactoren, in verhouding tot het functioneel vermogen van ouderen.

De originele (Engelstalige) publicatie: Govaerts, J., Yang, Z., Visser, M., Huisman, M., Francois-Lavet, V., van Schoor, N. M., & Schaap, L. A. (2026). The relationship between intrinsic capacity and functional ability–identifying key environmental features to support healthy ageing. Experimental gerontology, https://doi.org/10.1016/j.exger.2026.113171.

 

Bron afbeelding: Magnific

Deel dit bericht :

Meer weten over de LASA-Weetjeswaaier?

Download de Weetjeswaaier 2020 of de Weetjeswaaier 2015
of vraag de gedrukte versies gratis aan via
lasa@amsterdamumc.nl
(zolang de voorraad strekt).

Andere artikelen