FRE Vignettes

Filiale Zorg Verwachtingen Vignet - Vragen in het Nederlands

Toelichting: Vier hypothetische situaties (vignetten) worden voorgelegd aan de respondent. Over elke situatie worden vijf vragen gesteld. Op te nemen in het mondelinge interview. De vragenlijst wordt sekse-specifiek geprogrammeerd. Indien de respondent een vrouw is, wordt "weduwe", "mevrouw Hendriks", resp. "haar" in de vraag opgenomen, anders "weduwnaar", "meneer Hendriks" en "hem". De volgende van de vier kinderen wordt random gekozen. Instructies aan de interviewer zijn hieronder cursief gegeven.

Interviewer: Bij deze vragen wordt een gefingeerde situatie voorgelegd aan de respondent. Het is de bedoeling dat de respondent zich inleeft in deze situatie, en antwoordt als ware hij/zij Meneer/Mevrouw Hendriks. Uw taak is om dit duidelijk over te brengen. Er worden vragen over vier kinderen gesteld. Ook hier geldt dat dit gefingeerde kinderen zijn. Het is dus niet de bedoeling dat de respondent zijn/haar eigen kinderen als voorbeeld neemt. De volgorde waarin de vragen over de vier kinderen worden gesteld, is willekeurig en varieert per interview. Wanneer op vraag 1 met nee is beantwoord dan worden vraag 2 en 3 overgeslagen. Lees de onderstreepte kenmerken van de kinderen met nadruk voor. Antwoordmogelijkheden (alleen JA en NEE aanbieden) zijn 0= geen antwoord, 1= nee, 2= ja, 3= weet niet.

Mogelijke reacties van respondenten:

Instructie:

'De situatie is te onduidelijk'. 'Ik heb meer informatie nodig', etc.

Het is niet de bedoeling dat aanvullende informatie gesuggereerd wordt, zoals dat de kinderen van Mevrouw Hendriks geld genoeg hebben om (aanvullend meer) professionele hulp in te schakelen. Ook geeft U geen specificatie van de oorzaak van de hulpbehoefte, van wat 'tamelijk dichtbij' is, etc.

'Al mijn kinderen zijn gelijk'.

Dit is een geldig antwoord. Bij het eerste gefingeerde kind (Jan) [bij deze volgorde] moeten de vragen gewoon beantwoord worden. Bij de vragen over de volgende kinderen biedt het programma een extra antwoordmogelijkheid (4) aan. Zodra een afwijkend antwoord is gegeven, verdwijnt deze antwoordmogelijkheid.

'Wat wordt bedoeld met het aanpassen van de thuissituatie?'

De volgende voorbeelden mogen gegeven worden: taken overdragen aan anderen; activiteiten tijdelijk laten liggen

'Wat wordt bedoeld met het aanpassen van de werksituatie?'

De volgende voorbeelden mogen gegeven worden: minder overwerken; tijdelijk minder uren werken


Stelt u zich voor dat u meneer/mevrouw Hendriks bent. Meneer/mevrouw Hendriks is een 80 jarige weduwnaar/weduwe die gedurende drie weken regelmatig hulp nodig heeft met zelfverzorging en verzorging van het huishouden. Meneer/mevrouw Hendriks heeft vier kinderen: Marieke, Sophie, Evelien en Jan. Alle vier kinderen wonen tamelijk dichtbij meneer/mevrouw Hendriks.
De eerste vragen gaan over Marieke. Marieke is een getrouwde dochter met kinderen. Zij werkt.
1. Zou Marieke voor haar vader/moeder moeten zorgen?
2. Zou Marieke haar thuissituatie moeten aanpassen om haar vader/moeder te kunnen helpen?
3. Zou Marieke haar werksituatie moeten aanpassen om haar vader/moeder te kunnen helpen?
4. Zou Marieke in deze situatie vaker op bezoek moeten gaan bij haar vader/moeder?
5. Zou u, als u meneer/mevrouw Hendriks zou zijn, teleurgesteld zijn als Marieke niet voor u zou zorgen?

Het gaat nu nog steeds om dezelfde situatie van Meneer/mevrouw Hendriks.
Interviewer: antwoordmogelijkheden (alleen JA en NEE aanbieden) zijn 0= geen antwoord, 1= nee, 2= ja, 3= weet niet, 4= gelijk aan vorige.

De volgende vragen gaan over Sophie. Ook Sophie is getrouwd en heeft kinderen. In tegenstelling tot Marieke werkt zij niet.
1. Zou Sophie voor haar vader/moeder moeten zorgen?
2. Zou Sophie haar thuissituatie moeten aanpassen om haar vader/moeder te kunnen helpen?
(vraag 3 wordt niet gesteld)
4. Zou Sophie in deze situatie vaker op bezoek moeten gaan bij haar vader/moeder?
5. Zou u, als u meneer/mevrouw Hendriks zou zijn, teleurgesteld zijn als Sophie niet voor u zou zorgen?

Het gaat nu nog steeds om dezelfde situatie van Meneer/mevrouw Hendriks.
De volgende vragen gaan over Evelien. In tegenstelling tot Marieke en Sophie is Evelien ongetrouwd en heeft zij geen kinderen. Evelien werkt.
1. Zou Evelien voor haar vader/moeder moeten zorgen?
2. Zou Evelien haar thuissituatie moeten aanpassen om haar vader/moeder te kunnen helpen?
3. Zou Evelien haar werksituatie moeten aanpassen om haar vader/moeder te kunnen helpen?
4. Zou Evelien in deze situatie vaker op bezoek moeten gaan bij haar vader/moeder?
5. Zou u, als u meneer/mevrouw Hendriks zou zijn, teleurgesteld zijn als Evelien niet voor u zou zorgen?

Het gaat nu nog steeds om dezelfde situatie van Meneer/mevrouw Hendriks.
De volgende vragen gaan over zoon Jan. Jan is evenals dochter Marieke getrouwd, heeft kinderen en werkt.
1. Zou Jan voor zijn vader/moeder moeten zorgen?
2. Zou Jan zijn thuissituatie moeten aanpassen om zijn vader/moeder te kunnen helpen?
3. Zou Jan zijn werksituatie moeten aanpassen om zijn vader/moeder te kunnen helpen?
4. Zou Jan in deze situatie vaker op bezoek moeten gaan bij zijn vader/moeder?
5. Zou u, als u meneer/mevrouw Hendriks zou zijn, teleurgesteld zijn als Jan niet voor u zou zorgen?

Vignettes frequencies

Updated 20-02-2001